Over de BV in staat van ontbinding.

Een BV oprichten is tegenwoordig een fluitje van een cent. Een BV opdoeken, daarentegen, is een stuk lastiger. Althans, het kan tot vervelende consequenties en bijwerkingen leiden die vaak helemaal niet zijn voorzien.

Als de wens bestaat om een BV te ‘beëindigen’ dan gebeurt dat meestal door deze te ontbinden. Soms wordt ook nog wel eens voor een andere – op het eerste oog: gemakkelijker – route gekozen, de eigen faillissementsaangifte. Dat gebeurt meestal wanneer de schulden de baten overstijgen. Bijkomend probleem is dan wel dat een curator wordt benoemd, die onderzoek gaat doen naar de gang van zaken van voor het faillissement. En als deze het ‘op de heupen’ krijgt, dan kan het zomaar zo zijn dat het voormalige bestuur niet zonder kleerscheuren van de BV in kwestie afraakt. Oppassen dus, wanneer deze route wordt overwogen.

Bij de ontbinding van de BV speelt dit soort risico’s een veel geringere rol. Er wordt een vereffenaar benoemd (meestal is dat een voormalig bestuurder). De kans dat dit tot problemen zal leiden is doorgaans een stuk kleiner.

‘Bezint eer gij begint’, zou ik zo zeggen. Ofwel; denk niet te lichtzinnig over het (te) ‘gemakkelijk laten failleren’ van de eigen BV, want dan heb je het niet (meer) in de eigen hand.

Een fraai voorbeeld daarvan is te lezen in een recente uitspraak van de Hoge Raad (http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:3636). Het faillissement werd op eigen verzoek uitgesproken, maar de aangestelde curator ging hiertegen in verzet. De Hoge Raad oordeelde tussentijds dat de curator een dergelijk verzet (inderdaad) kan instellen, bijvoorbeeld als de gefailleerde BV (zoals in dit geval) helemaal geen bezittingen meer heeft.

Het gevolg van dit alles zou uiteindelijk kunnen zijn dat het faillissement wordt vernietigd, dat er vervolgens een fors salaris aan de curator moet worden betaald en dat de BV daarna alsnog ontbonden moet worden. Al met al dus een kostbare aangelegenheid. En dus ook: een inschattingsfout.

In de omgekeerde situatie kunnen de gevolgen overigens ook groot zijn, ook al leidt een ontbinding doorgaans tot minder problemen (zoals ik hiervoor al aangaf). Want als de BV wordt ontbonden in plaats van failliet verklaard, kunnen (voormalige) schuldeisers van de BV alsnog verzoeken om de vereffening van de BV te heropenen. Sterker, zij kunnen zelfs verzoeken om deze alsnog failliet te verklaren!

Kortom; laat u dus goed adviseren wanneer u overweegt om uw BV in de prullenbak te gooien. Want voordat u het weet heeft u misschien wel te maken met een vervelend ‘prullenbakbrandje’.

Wilt u meer over dit onderwerp weten, aarzel dan niet en neem contact op met mr. E. Hoekstra via telefoonnummer 072 – 511 40 32 (keuzeoptie 1 en dan 2) of per e-mail: hoekstra@ckh-advocaten.nl.

CKH Advocaten
4.7
Gebaseerd op 29 beoordelingen
powered by Google
js_loader

Meer informatie?

Heeft advies of meer informatie nodig over dit onderwerp? Neem dan gerust en vrijblijvend contact op met CKH Advocaten.

Neem contact op

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.