Trustkantoren

Wat is een trustkantoor?

Een trustkantoor – in het Engels Corporate Service Provider genoemd – beheert vennootschappen, fungeert als postadres voor een rechtspersoon of vennootschap en verricht diverse werkzaamheden voor de vennootschappen. Het gaat vaak om Nederlandse vennootschappen die onderdeel zijn van internationale (fiscale) constructies.

Trustkantoor onder vuur

Vanwege het risico op onder andere belastingontduiking en witwassen liggen trustkantoren al jaren onder vuur. De trustkantoren staan daarom onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) via het overdrachtsbesluit en de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Die wet is opgesteld ter bevordering van de integriteit van het financiële stelsel. Het toezicht op trustkantoren is dan ook gericht op de integriteit van het trustkantoor en haar cliënten. Handhaving door DNB is er vooral op gericht om illegale marktpartijen aan te pakken. De DNB kan een bestuurlijke boete maar ook een last onder dwangsom opleggen.

De huidige situatie

Voorheen beheerden trustkantoren enkel vennootschappen: dat bestond uit voorzien van een adres en het leveren van een directeur. Tegenwoordig zijn trustkantoren zeer kritisch met de acceptatie van nieuwe cliënten. Van klanten waarbij zij de risico’s niet kunnen overzien of beheersen nemen ze afscheid. Het bestuur wordt veelal deels gevoerd door de trustkantoren.
De inhoudelijke activiteiten zijn in de praktijk nog relatief beperkt en afhankelijk van en onderworpen aan het beleid van het concern waarvan de trustvennootschap deel uitmaakt. Werkzaamheden van de directeuren beperken zich doorgaans tot het uitvoeren van concerninstructies en het bijhouden en publiceren van vennootschapsadministraties.

Rol van bestuurders

De wet maakt geen onderscheid tussen trustdirecteuren en andere bestuurders. Ondanks hun relatief beperkte bestuurderstaak zijn trustdirecteuren gehouden tot een behoorlijke invulling van de aan hen opgedragen bestuurstaak. Zij dienen de belangen van stakeholders van de vennootschap in acht te nemen. De wet stelt namelijk aan alle bestuurders dezelfde eisen. Dit bekent dat trustdirecteuren jegens een vennootschap persoonlijk aansprakelijk kunnen zijn, als zij hun taak als bestuurder onbehoorlijk hebben vervuld en hen dit kan worden verweten. Met andere woorden: bestuurdersaansprakelijkheid geldt ook voor trustdirecteuren. Bijvoorbeeld als zij namens de vennootschap jegens een derde verplichtingen aangaan waarvan zij wisten of behoorden te weten dat de vennootschap deze niet had kunnen nakomen of zal nakomen.

Voorbeeld uit de praktijk:
Het hof van Amsterdam onderstreepte recent nog eens de bestuurdersaansprakelijkheid en de bijzondere positie van bestuurders. Het ging om een trustdirecteur als bestuurder. Ondanks beperkte betrokkenheid van de bestuurder bij een schadeveroorzakende transactie jegens de fiscus, was de bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor de geleden schade. De schade was het niet betalen van een naheffingsaanslag door de vennootschap. De trustdirecteur voerde het verweer dat hij als bestuurder, conform de praktijk, slechts een beperkte administratieve en uitvoerende rol had vervuld. Hij had conform de managementovereenkomst gehandeld, zodat de schadetoebrengende gedraging hem niet waren aan te rekenen. Dit werd volledig door het hof verworpen. Het hof benadrukte dat ook een trustdirecteur als bestuurder zich jegens derden niet kan beroepen op de contractuele beperkingen van zijn taken en verantwoordelijkheden. Een derde moet erop kunnen vertrouwen dat de vennootschap haar verplichtingen nakomt.

Problemen?

Niet alleen de DNB treedt hard op, ook de media zijn niet mals als het gaat om trustkantoren. Als advocaat staan wij u bij in de problemen die u als trustkantoor ondervindt. Mocht u als trustkantoor met vragen zitten over bijvoorbeeld de handhaving door DNB, aarzel dan niet om vrijblijvend contact op te nemen met onze advocaten.


Onze specialisten op dit rechtsgebied


Bel ons direct! 072 511 40 32